Indexx.nl

Overgewaardeerd

Economische groei



De meeste beleggers geloven dat economische groei veel invloed heeft op het rendement op aandelen. Uit onderzoek van Jeremy J. Siegel blijkt het tegenovergestelde. Hij onderzocht de lange termijn opbrengsten (uitgedrukt in dollars) van 16 grote markten, gedurende de periode 1900 tot en met 2006. Hij heeft per markt de opbrengsten op aandelen naast het bruto binnenlands product tegen constante prijzen gezet. Hieruit blijkt dat een hoge economische groei in individuele landen samenhangt met een lagere opbrengst voor aandelenbeleggers.

Als oorzaak noemt Siegel dat economische groei weliswaar de totale winsten van bedrijven beÔnvloedt, maar niet noodzakelijkerwijs de winsten per aandeel! En dat komt weer doordat economische groei een toename van investeringen vereist en een investeerder wil graag iets terug voor zijn investering. Zo moet er voor een investering bijvoorbeeld geleend worden of er moeten nieuwe aandelen worden uitgeven. Vervolgens zorgen de nieuwe rentekosten of de verwaterde aandelen voor een lagere opbrengst per aandeel.

In welke landen zijn beleggingen in aandelen interessant? Vanuit historisch perspectief zijn de markten met de hoogste koopkrachtrendementen te vinden in Zweden, AustraliŽ en Zuid-Afrika. Deze markten behaalden van 1900 tot en met 2006 meer dan 7% rendement per jaar. De markten met de laagste rendementen op aandelen waren BelgiŽ en ItaliŽ. Deze markten behaalden in dezelfde periode minder dan 3% rendement per jaar. Nederland is een keurige middenmotor met iets meer dan 5% rendement per jaar.

Grote aandelen

Veel particuliere beleggers kopen graag aandelen in grote fondsen, zoals Philips of ING. Dit is voor een deel te verklaren uit kuddegedrag. Mocht de belegging verkeerd uitpakken, dan kan je tegen je zelf zeggen dat je toch niet de enige was die dat aandeel kocht. Maar wat blijkt uit historisch onderzoek eigenlijk? Rolf W. Banz onderzocht in 1981 hoe het zit. Voor zijn onderzoek keek hij naar de opbrengsten van aandelen genoteerd aan de New York Stock Exchange gedurende de periode 1926 tot 1980. Hieruit bleek onomstotelijk dat de groep van aandelen in de kleinste bedrijven de hoogste rendementen behaalden (het zogenaamde Size effect). De periode tussen 1975 en 1983 en de periode tussen 2000 en 2006 waren bijzonder gunstig voor kleine bedrijven. Is dit een reden om alleen maar kleine aandelen te kopen? Wij denken dat het vanuit het oogpunt van spreiding goed is om naast grote aandelen, ook kleine aandelen te kopen.

Beursintroductie

Een andere overgewaardeerde categorie in aandelenland zijn bedrijven die voor het eerst naar de beurs gaan, de zogenaamde beursintroductie of IPO (Initial Public Offering). Historisch onderzoek van Jeremy J. Siegel laat zien dat van 1968 tot 2000 aandelen na een beursintroductie een slechter rendement behaalden dan een representatief portfolio van kleine aandelen. Het zijn slechts drie voorbeelden waaruit blijkt dat wat de meeste beleggers denken, niet per se blijkt uit historisch onderzoek.

Met deze voorbeelden in het achterhoofd, is het goed om te bedenken dat er bij het spel van beleggen winnaars en verliezers zijn. Hoe meer de ťťn de wint, des meer de ander verliest. Beleggen is immers een zero-sum game, dat wil zeggen dat alle beleggers samen niet een bovengemiddeld rendement kunnen behalen. De enige manier om een bovengemiddeld rendement te behalen is te profiteren van de fouten van anderen. Maak gebruik van het kuddegedrag en beleg rationeel!

(9 juni 2010)

© 2010 - 2012 Indexx